Instructievideo

Tekst in het instructiefilmpje

Deze instructievideo laat zien hoe je normeringen kunt toevoegen en beheren

Als schoolbestuur kun je normeringen vaststellen voor de verschillende scholen binnen het bestuur. Je kunt 1 of meerdere normeringen vaststellen, bijvoorbeeld een standaard normering en een aangepaste normering voor uitzonderingsgevallen.

Om een normering toe te voegen, ga je naar de pagina “Normeringen”. Je kunt deze pagina bereiken via het menu “Bestuur” en “Normering” als je bent ingelogd als bestuur administrator. Deze pagina is niet te zien voor school administrators en schoolmedewerkers.

Om een normering toe te voegen, klik je op de knop “Normering toevoegen”. Geef de normering een logische naam en bewaar. De normering bevat dan gelijk de standaard normen ingesteld door Pillars. Je kunt de normering bekijken door op “Bekijk” te klikken.

Je ziet vervolgens vier tabbladen bovenin voor de verschillende deelgebieden.

Nu tonen we in het kort de standaardnormering van Pillars.

Bij Hardware is de standaard norm dat computers een werkgeheugen van meer dan 4 GB moeten hebben om te worden meegeteld als goede computer. Andere apparaten mogen niet ouder dan 5 jaar zijn. Hardware die niet aan deze eisen voldoet, wordt niet meegeteld. De eerste norm is het aantal computers per leerling. Het percentage van 20% geeft aan, dat we verwachten dat de school minimaal 1 goede computer per 5 leerlingen heeft. Ook moet ieder klaslokaal zijn voorzien van een touchscreen digitaal schoolbord. Daarnaast moet de school goed internet hebben en tenminste 30 draagbare computers hebben, zodat een klas in 1 keer van computers kan worden voorzien.

Bij Digitale Leermiddelen is de norm dat voor belangrijke vakken zoals Rekenen, kwalitatief hoogwaardige digitale leermiddelen beschikbaar zijn voor verschillende groepen. In de normering kun je aangeven voor welke groepen de leermiddelen beschikbaar moeten zijn. Standaard gaat Pillars er bijvoorbeeld vanuit dat voor Rekenen er voor alle 8 groepen digitale leermiddelen aanwezig zijn.
Ook kun je aangeven welke functies het digitale leermiddel moet hebben: instructie, oefenen of toets.
Bij kwaliteiten kun je vaststellen hoeveel kwaliteiten minimaal moeten zijn aangevinkt, voordat het leermiddel wordt meegeteld als kwalitatief hoogwaardig leermiddel. In de standaardnorm wordt uitgegaan van 75%.
Er zijn 5 standaard kwaliteiten die kunnen worden ingegeven in het formulier. Als er minimaal 4 zijn aangevinkt, is er aan meer dan 75% van de norm voldaan en wordt het digitale leermiddel dus meegeteld.

Bij Deskundigheid zijn de eerste drie normen een beoordeling van de schooldirecteur betreffende de deskundigheid van zijn leerkrachten. De directeur kan de gemiddelde deskundigheid beoordelen van 1 – 6, waarbij het hoogst haalbare 6 is. De norm is gesteld op 5.
Ook kan de directeur aangeven of hij van mening is dat er ondersteuning nodig is op het gebied van digitale leermiddelen. Als dit het geval is, dan scoor je 0 punten. Is er geen ondersteuning nodig dan ontvang je een halve punt. Dit is ook de norm.
De derde beoordeling bij deskundigheid betreft de gemiddelde effectiviteit van digitale leermiddelen op de school. Ook hier is er weer een score mogelijk tussen 1 en 6.
De laatste 4 normen zijn gerelateerd aan de profieltests die medewerkers van de school doen op hun profielpagina.
Dit zijn zelfbeoordelingen op verschillende gebieden zoals bv ICT geletterdheid.
In de normering kun je eventueel de maximale score aanpassen op ieder onderdeel. Standaard is deze ingesteld op een half punt per onderdeel.

Als laatste zijn er normen betreffende de Organisatie. Hier geeft het bestuur onder andere aan hoeveel uren ze beschikbaar willen hebben voor de ondersteunende rollen op het gebied van ICT. Zo onderscheiden we de ICT incidentmelder. De medewerker met deze rol is verantwoordelijk voor het melden van ICT incidenten binnen de school en het oplossen van het probleem met hulp van de netwerkbeheerder. De onderwijskundig ICT’er is inhoudelijk verantwoordelijk voor het verbeteren van het ICT onderwijs. De ICT inkoper draagt zorg voor het bestellen van nieuwe apparatuur. Het aantal uren dat voor deze medewerkers beschikbaar is, wordt vastgesteld aan de hand van een aantal basisuren, plus een aantal uren voor iedere 100 leerlingen boven de 200 leerlingen. Als een school bijvoorbeeld 600 leerlingen heeft, dan geldt het minimum aantal uren als het aantal basisuren plus 4 keer het aantal extra uren. In de Pillars betekent dit bijvoorbeeld 100 uur voor de ICT incidentmelder per 200 leerlingen en 20 extra uren per 100 leerlingen, dus voor een school met 600 leerlingen betekent dit in totaal 180 uur per schooljaar voor de ICT incidentmelder.

De normen zijn volledig aan te passen door op “Bewerken” te klikken. Je kunt vervolgens de puntenverdeling aanpassen, of het criterium zelf aanpassen. Als je de puntenverdeling aanpast, let er dan wel op dat het totaal aantal punten voor het onderdeel 5 moet zijn. Dit gaat niet automatisch. Sla de normering vervolgens op. Je kunt ook meerdere normeringen maken, bijvoorbeeld als er uitzonderings scholen zijn die een ander beleid op ICT gebied hebben.

Na vaststelling van de norm door het schoolbestuur moet per school in de sectie “Pillars grafieken” geselecteerd worden aan welke normen deze school moet voldoen, de standaardnorm of een aangepaste norm.
Nu worden de scores berekend aan de hand van de ingevulde gegevens. Er is een grafiek voor alle deelgebieden.
Ook kun je in de sectie “Overzichten” een totaalplaatje zien van alle scholen.
Deze overzichten kun je downloaden als csv bestand, die overgezet kan worden in een excel bestand.